Bessen en frambozen zijn echte vitaminebommetjes. Bessen zijn gemakkelijk te telen en ze vragen bovendien weinig onderhoud. Frambozen zijn vrij duur in de winkel, dus dat is een goede reden om zelf wat struiken in de tuin te zetten.

Er zijn zomerframbozen en herfstframbozen. Bij zomerframbozen groeien de vruchten aan één jaar oude scheuten. Na de oogst knip je die scheuten af. Het jaar daarna groeien aan de nieuwe scheuten weer frambozen. Bij herfstframbozen vind je de vruchten aan nieuwe scheuten. Je knip de struik daarom elke winter helemaal terug.

Bramen
Neem vooral geen wilde braam mee uit het bos, maar koop een goed ras. Een braam woekert nogal, dus je moet goed snoeien. Zorg er ook voor dat vogels niet met de sappige vruchten aan de haal gaan en gooi op tijd een net over de struik.

Bosbessen
Dit blauwe vruchtje is supergezond. Bosbessen doen het vooral goed in zure grond. Als je die niet hebt, kun je de struik ook in een flinke pot met heidgrond zetten. De plant heeft veel water en in het voorjaar kunstmest met een hoog ijzergehalte nodig.

Rode en witte bessen
Bessen zijn gemakkelijk in onderhoud en er zijn vroege, midden en late rassen, waardoor je de hele zomer kunt oogsten. Het nadeel van bessen is dat ze vrij zuur zijn. Maar in een taart smaken ze verrukkelijk!

Zwarte bessen
De teelt van zwarte bessen is erg makkelijk. Je moet er alleen voor zorgen dat vogels er niet met je oogst vandoor gaan. Bessen moet je aan de struik laten zitten tot ze echt goed rijp en dus lekker zoet zijn. De scheuten waar de bessen aan hebben gezeten moet je daarna wegsnoeien.

Bramen en frambozen snoeien? Kijk hier.